
| << terug | naar de gedichten >> |
| Rudolf van Lier ( 1914-08-24 - 1987-05-28 ) SUR | |
|
Rudolf Asueer Jacob van Lier was een Surinaams socioloog, historicus, dichter en schrijver. Hij ging in 1929 voor studie naar Nederland (daarvoor was hij klasgenoot van o.m. Hugo Pos). Hij studeerde bij o.a. Johan Huizinga, aan de Sorbonne in Parijs en in de Verenigde Staten. Hij vond al vroeg aansluiting bij de groep rond het tijdschrift Forum (Menno ter Braak, E. du Perron) waarin hij debuteerde in 1932 met het studentikoze vers ‘De gestorven scholier’ onder de schuilnaam R. van Aart. In de reeks ‘De Vrije Bladen’ verscheen in 1939 de poëziebundel Praehistorie, uitgebreid in 1944, en weer onder dezelfde titel in 1947 een prozabundel. Het satirische stuk Roodkapje, eerder verschenen in Praehistorie (1939), verscheen afzonderlijk in 1946 bij De Bezige Bij. ln 1974 kwam nog de bundel Rupturen (bij G.A. van Oorschot) uit. Zijn poëzie is traditioneel naar metrum, beeldspraak en rijm en geeft een man te zien ‘die de wereld tot zijn thuis heeft genomen’ en geneigd is tot lyrische beschouwing, getemperd door ironie en een relativerend oordeel. Zijn proza is fijn gestileerd. Van Lier was vanaf 1949 buitengewoon hoogleraar in de sociologie en cultuurkunde van Suriname, de Nederlandse Antillen en het Caraïbisch gebied in Leiden en werd in 1955 hoogleraar Agrarische Sociologie voor de Ontwikkelingslanden aan de Landbouwhogeschool Wageningen. Hij is de auteur van het sociaal-historisch standaardwerk Samenleving in een grensgebied (1949), dat tot op de dag van vandaag als historisch standaardwerk over Suriname geldt. In 1971 verscheen de vertaling Frontier Society. A social analysis of the history of Surinam. In 1986 verscheen de studie Tropische tribaden. Een verhandeling over homoseksualiteit en homoseksuele vrouwen in Suriname. De gedachtenbank bevat een keuze van zijn gedichten uit: Extra info: wikipedia, www.dbnl.org |
|








