
| << terug | naar de gedichten >> |
| Albert Helman ( 1903-11-07 - 1996-10-07 ) SUR | |
|
Lodewijk (Lou) Alphonsus Maria Lichtveld is een in Suriname geboren Nederlands schrijver en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Lichtveld, die later vooral onder zijn pseudoniem Albert Helman bekend zou worden, was afkomstig uit de gekleurde elite van Suriname en was gedeeltelijke van Indiaanse afkomst. Hij kwam als jongen van twaalf naar Nederland om aan het internaat Rolduc van het Klein Seminarie te Roermond de priesteropleiding te gaan volgen maar hield hier al spoedig mee op en ging teruggekeerd in Suriname een muziekopleiding volgen waarna hij werkzaam was als organist en componist. In 1922 kwam hij weer naar Nederland waar hij de kweekschool volgde en daarna musicologie studeerde. Hierna werd hij journalist en muziek recensent en sloot zich aan bij een groep jonge katholieken rond het tijdschrift De Gemeenschap, waar hij van 1925-1931 redacteur van was. Later zou hij zich echter van het geloof afkeren. Als auteur debuteerde hij in 1926 met Zuid-Zuid-West, een roman over Suriname en diens verwaarlozing en uitbuiting door de Nederlandse kolonisator, gevolgd door een vergelijkbaar boek qua thema, de Stille Plantage. Vele andere romans, essays en gedichten zouden volgen. Ook hield hij zich bezig met film. Zo schreef hij o.a. de muziek voor Regen (1929) van Joris Ivens. In 1932 ging Helman in Spanje wonen en vocht in de aan republikeinse zijde mee in de Spaanse Burgeroorlog. Voor de kranten NRC en de Groene Amsterdammer schreef hij verslagen over de overlevingsstrijd van de republiek tegen de fascisten van Generaal Francisco Franco. Nadat Franco in 1938 had gewonnen, vluchtte Helman eerst naar Noord-Afrika en van daaruit naar Mexico, maar in 1939 keerde hij terug in Nederland. Hier trok hij zich het lot van de joodse vluchtelingen aan die vanuit Duitsland naar Nederland komen. In opdracht van het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen schreef hij het boek Millioenen-leed. Helman dook aan het begin van de oorlog onder omdat hij zo bekend was als antifascist dat hij niet langer in het openbaar kon verschijnen. Actief in het verzet vervalste hij persoonsbewijzen, publiceerde verzetsverzen en protesteerde bij rijkscommissaris Seyss-Inquart tegen de oprichting van de zogenaamde Cultuurkamer waar kunstenaars lid van moesten worden. Hij schreef in het illegale blad Vrije Kunstenaar en werd, nadat beeldhouwer en verzetsman Gerrit van der Veen in 1944 opgepakt was, diens opvolger in de redactie. In oorlogstijd gebruikte hij veel pseudoniemen als Joost van den Vondel, Friedrich W. Nietzsche, Hypertonides, en Nico Slob. Hij was lid van de Grote Raad van de Illegaliteit. In 1949 keerde hij terug naar Suriname waar hij tot 1951 landsminister van Onderwijs en Volksontwikkeling en tevens landsminister van Volksgezondheid was. In deze tijd raakte hij verzeild in de zogenaamde Hospitaalkwestie, die uiteindelijk tot zijn politieke val leidde. Later vervulde hij tal van functies, onder meer voorzitter van de Rekenkamer van Suriname en directeur van het Bureau Volkslectuur. In 1961 werd hij als Gevolmachtigd Minister verbonden aan de Nederlandse ambassade in Washington en opgenomen in de delegatie van het Koninkrijk bij de Verenigde Naties, specifiek ter behartiging van de Surinaamse belangen. Na zijn pensionering vestigde hij zich op Tobago, en later in het Italiaanse Airole en tenslotte in Amsterdam-Buitenveldert, alwaar hij op 92-jarige leeftijd overleed. De laatste jaren van zijn leven was hij nagenoeg blind. Hij bleef tot op hoge leeftijd schrijven. In zijn werk neemt het land Suriname een belangrijke plaats in, hoewel hij zich altijd nadrukkelijk als kosmopoliet heeft opgesteld. De gedachtenbank bevat een keuze van zijn gedichten uit: Extra info: wikipedia, www.dbnl.org |
|








